Van mono- naar multimediacampagnes

Het komt nauwelijks meer voor dat bij een reclamecampagne slechts één mediumtype wordt ingezet. Adverteerders kiezen voor multimediastrategieën waarbij de mediamix wordt samengesteld uit allerlei reclame- en promotiekanalen.

KPN Advertentie

Het denken in multimediacampagnes en studies naar hun effecten zijn pas sinds 2000 goed op gang gekomen. Fred Bronner heeft daar in 2006 een bijdrage aan geleverd met ‘Multimediasynergie, 1+1=3 of meer’ (SWOCC publicatie 38). De bevindingen uit deze publicatie:

Het medialandschap en de mediaconsument zijn de laatste tien jaar sterk veranderd. Die veranderingen kunnen als volgt worden samengevat:

  • explosieve groei van media en reclameboodschappen (overvloed)
  • versnippering van het publiek over steeds meer media (fragmentatie)
  • het gelijktijdig consumeren van meerdere media (‘multitasking’)

Door deze ontwikkelingen is de strijd om de aandacht van de consument steeds feller geworden.

Reclame overload

Een uitgebalanceerde multimediastrategie maakt het mogelijk om toch tot de hedendaagse consument door te dringen. Met een multimediastrategie kunnen doelgroepverbreding en/of synergie-effecten worden bereikt. Van doelgroepverbreding is sprake indien door het toevoegen van mediumtypen nieuwe doelgroepen worden bereikt. Synergie-effecten treden op indien er een multiplier-effect tot stand komt waarbij het effect van het inzetten van meerdere mediumtypen groter is dan de som van de effecten van de afzonderlijke mediumtypen (1+1 is meer dan 2).

Sinds dagbladuitgevers hun uitgeversactiviteiten hebben uitgebreid bieden zij multimediapakketten aan waarmee crossmediale effecten behaald kunnen worden. De combinatie gedrukte en internet krant is de meest voorkomende mix.

Tien vuistregels voor multimediacampagnes

Om met multimediacampagnes de gewenste reclamedoelstelling te kunnen halen geeft de SWOCC-studie de volgende tien praktische vuistregels:

BNR Advertentie
Transavia Advertentie
  1. Zorg voor verbindende creatieve elementen. Dit geldt voor zowel het thema als voor de ‘look’.
  2. Zorg ook voor strategische integratie. Zorg naast verbindende creatieve elementen ook voor consequente beloften aan de doelgroep.
  3. Maak een keuze welk effect primair staat: bijv doelgroepverbreding of synergie. Doelgroepverbreding vereist immers een andere strategie en uitwerking van de campagne dan synergieopwekking.
  4. Creëer een platform waarbij media-exploitanten samen aan de campagne werken. Veel media-exploitanten, zoals dagbladuitgevers, hebben hun media-activiteiten uitgebreid en bieden cross-mediapakketten aan waarin diverse mediumtypen vertegenwoordigd zijn.
  5. Besef dat vier factoren het uiteindelijke succes bepalen: complementaire kenmerken van de media, volgorde van de media-inzet en creatieve harmonie en verbindingen van de uitingen.
  6. Besteed aan alle uitingen evenveel aandacht. Zorg dat alle uitingen even sterk zijn: consumenten zien immers niet alle uitingen.
  7. Volg met de media-inzet het consumentenkeuzeproces. Zorg ervoor dat de specifieke rol van de mediumtypen aansluit op het traject van nieuwsgierig maken tot en met de bevestiging van de juiste keuze van de consument.
  8. Baseer middelenkeuze ook op de marketing- en communicatiedoelstellingen. Loyaliteit vraagt om andere mediumtypen dan bijvoorbeeld een introductie.
  9. Kies voor brede multimedia-expertise. Werk dus met mediaprofessionals die de hele campagne aankunnen.
  10. Een multimedia-aanpak is geen bezuinigingsstrategie, maar beoogt meer effect.
     

Combineren van mediumtypen met dagbladen

Het campagneconcept met zijn creatieve uitwerking en de media-inzet zijn de twee beïnvloedbare factoren die de communicatiekracht (effect) van een campagne bepalen. Bij een multimedia-inzet komt het erop aan welke mediumtypen het best gecombineerd kunnen worden. Nog steeds zijn er weinig gegevens beschikbaar om hier richting aan te geven. Het artikel Multimediacampagnes: populair maar weinig onderzocht (Bronner, Neijens, Van Raay, 2003) geeft vijf effecten die door inzet van verschillende mediumtypen gerealiseerd kunnen worden.

Bereikseffect

Door dagbladen naast andere media in te zetten is het heel goed mogelijk om additioneel bereik bij je doelgroep te realiseren. Dagbladen hebben immers een breed bereik dat gelijkmatig over het hele land is verdeeld.

Herhalingseffect

Bij complexe boodschappen of zware reclamedruk van concurrenten kan herhaling nodig zijn. Door dit te realiseren via verschillende media zal het ‘slijtage effect’ minder snel optreden. Vooral dagbladen zijn, omdat het een actueel mediumtype is, geschikt om met dit doel naast bijvoorbeeld TV in te zetten.

Complementariteitseffect

Bezoek aan een website
Media hebben hun specifieke, sterke en zwakke communicatieve eigenschappen en kunnen elkaar vaak goed aanvullen. Het Mediabelevingsonderzoek is in Nederland een van de weinige onderzoeken die daarvoor bruikbare informatie aandraagt. Het onderzoek levert voor de verschillende mediumtypen acht dimensies op die bepalend zijn voor de mediabeleving van consumenten. (Zie voor de statements die ten grondslag liggen aan deze dimensies het onderzoeksverslag: De media- en reclamebeleving van dagbladen). Met deze dimensies kunnen de sterke en zwakke punten van de mediumtypen ten opzichte van elkaar worden uitgedrukt en kan bepaald worden welke mediumtypen elkaar het best aanvullen, ofwel complementair zijn.

Ranking mediumtypen naar belevingsfactoren

Belevingsdimensies:
Dagblad

Internet

h-a-h

TV

Radio

Tijdschrift

Bioscoop

Post
Informatie 1 3 3 5 7 2 8 6
Transformatie 5 6 7 4 2 3 1 8
Geraaktheid 1 6 4 2 7 4 7 2
Tijdverdrijf 3 3 1 5 6 2 8 6
Stimulans 5 4 8 3 6 2 1 7
Identificatie 4 6 7 1 5 1 3 7
Sociale factor 2 3 3 6 8 3 1 6
Praktisch bruikbaar 5 2 2 6 7 1 8 4

Bron: Mediabelevingsonderzoek 2007

Bovenstaand overzicht laat zien dat dagbladen sterk zijn in ‘overbrengen van informatie’, ‘weten raken van mensen’ en ‘leveren van gespreksstof’. Qua beleving zijn dagbladen en Internet en/of TV goed te combineren omdat ze elkaar aanvullen.

Het Mediabelevingsonderzoek heeft bewezen waardevolle en bruikbare informatie te leveren voor de keuzeproblematiek van multimedia-inzet. Omdat het medialandschap voortdurend in beweging is heeft Veldkamp het Mediabelevingsonderzoek voor de derde maal uitgevoerd. De dagbladen participeren evenals voorgaande jaren in dit onderzoek en Cebuco heeft een aanvullend onderzoek laten uitvoeren naar de wisselwerking tussen de dagbladen en hun websites.

Voor- en achterwaartse overdrachtseffecten

Een voorwaarts effect treedt op als een boodschap in mediumtype 1 de verwerking van de boodschap in mediumtype 2 vergemakkelijkt. Een achterwaarts effect treedt op als een boodschap in medium 2 de herinnering van de boodschap in medium 1 activeert. Effecten die bij complexere boodschappen een belangrijke rol spelen. Omdat je met dagbladen goed kunt timen (je kunt precies de dag bepalen waarop jij de boodschap onder ogen wilt brengen) en je via een dagblad de boodschap kunt detailleren zijn dagbladen uitermate geschikt als aanvulling op TV maar ook op bijvoorbeeld buitenreclame.

Multi bronnen effect

Een dagblad lezeres
De geloofwaardigheid van en het vertrouwen in de reclameboodschap wordt vergroot als die via verschillende onafhankelijke bronnen de consument bereikt. Dagbladen, die door de lezers als zeer geloofwaardig worden ervaren, zijn het mediumtype bij uitstek om dit effect te versterken. Dit type effect speelt vooral een rol bij overreding en oproepen van koopintentie.

Multimedia cases

Hieronder staat een aantal voorbeelden van multimediacampagnes met dagbladen. Deze voorbeelden laten zien dat het inzetten van dagbladen voor campagnes met verschillende doelstellingen lonend is.

Testvragen

Hoe is het gesteld met je kennis over het hoofdstuk Dagbladen in multimediaplannen? Beantwoord de volgende vragen en klik op "Antwoorden"; je krijgt dan te zien of je de vragen juist hebt beantwoord.

Weet je genoeg over dit onderwerp, lees een van de andere hoofdstukken, of Test je dagbladkennis op de testpagina om te kijken of je kennis afdoende is om je op te geven voor Certificering

Creatie

Beoordelingscriteria dagbladen